Column: BTW is niet altijd van toegevoegde waarde

Voor ’s lands schatkist is het in ieder geval van toegevoegde waarde, de BTW verhoging van het laagste tarief. Maar hoe pakt dat lokaal uit, of regionaal hier aan de grens? Wat zijn de gevolgen. En is het wel allemaal evenwichtig. We bekijken het eens van de andere kant en zoemen in op een lokaal voorbeeld aan de grens. Het laagste BTW tarief is bedoeld voor de ‘alledaagse boodschappen’ wordt wel eens gesteld. Of voor ‘de eerste levensbehoeften’ lees je elders; altijd goed voor discussie want wat zijn dat, die eerste levensbehoeften in je boodschappenkarretje. Luxe producten zijn het in elk geval niet. Daar staat een BTW tarief voor van 21%.

Vast staat dat er in ieder geval heel veel in omgaat. Dat weten Limburgse ondernemers met een winkel aan de grens maar al te goed. Als het op een ander goedkoper is, hier dus over de grens, dan gáán je klanten; omgekeerd gebeurt natuurlijk ook. Laten we eens inzoomen op een lokaal voorbeeld.

Langs de Limburgse grens zie je Duitse en Belgische kooptoeristen de grens over steken.

In de gemeente Weert bestaat de groep van kooplustigen van over de grens voornamelijk uit Belgen, in niets beter herkenbaar dan aan de rode kentekenplaten. Dat zie je in de binnenstad van Weert en, naar verhouding binnen de totale bestedingen, heel sterk in het grensdorp Stramproy. De Belgen die er voor hun dagelijkse boodschappen komen krijgen vanwege het BTW verschil tussen Nederland 6% en Belgie 21% feitelijk een prijsvoordeel van 15%. Daar wil je wel voor op komen rijden, niet verder dan 1 km over de grens. De twee uit de kluiten gewassen supermarkten, rijkelijk groot voor een dorp van 5000 inwoners, doen het geweldig goed. En de horeca en andere detailhandel, zoals slim daarop inspelende kledingzaken, varen er ook wel bij. En hoe leuk is het dat je in een van die twee supermarkten ook nog geholpen wordt door Tim, zojuist uitgeroepen tot de leukste caissière van Nederland!

Daarom is een grensdorp als Stramproy het leefbaarheidsprobleem als in “de laatste winkel is hier ook nog gesloten” verre van voorbij. Sterker nog, zes jaar geleden is het indertijd zieltogende kerkplein helemaal vernieuwd en opgeknapt met winkels in fraaie nieuwbouw waarvoor een slecht behuisd aanbod plaatsmaakte. U raadt het al, zonder die 15% ‘korting van staatswege’ komt dit boodschappenwalhalla ernstig in gevaar. Van die korting gaat door de verhoging van 6 naar 9% BTW toch maar liefst drie procent af.

En dan de andere kant van de medaille. Als je wilt vasthouden aan het uitgangspunt “minder belasting op arbeid, meer op consumptie” dan zijn er nog wel alternatieven waar je vrijwel niemand over hoort. Bijvoorbeeld de goederen en diensten waar géén BTW of andere belasting op geheven wordt. Ja, u leest het goed, helemaal géén! Bij sommige zaken is dat misschien wijs om dat zo te laten. Maar wat dacht u van de luchtvaart. Géén BTW op vliegtuigtickets en géén accijns op vliegtuigbrandstoffen. Waarschijnlijk een overblijfsel uit de tijd dat goederen of diensten die buiten het territoriaal gebied genoten werden, ook niet werden belast. Dat is toch maar moeilijk overeind te houden in deze tijd, zeker niet binnen de EU.

En nu hoor ik sommigen al denken: er komt toch een vliegtax aan, al of niet in Europees verband. Nou, mocht dat gaan gebeuren, breng dat vooral in verband met de accijnsvrije vliegtuigkerosine; deze bijna kunstmatig goedkope brandstof stimuleert natuurlijk ook niet de innovatie naar nóg zuiniger vliegtuigmotoren. En die tickets mogen dan onder het BTW regime gebracht worden, kwestie van gelijke behandeling. Daardoor kan dan het ‘lage BTW tarief’ met procentpunten omlaag. Fijn voor u en uw boodschappenmandje en de banen aan de grens in Limburg komen niet in gevaar.

Anton Kirkels, lid van Provinciale Staten voor de VVD in Limburg