Provincie, ga snel aan de slag: match en fix de Limburgse arbeidsmarkt!

Het coronavirus houdt de wereld in zijn greep. Ook in Nederland raken steeds meer mensen besmet en de regering heeft daarom – terecht – ingrijpende maatregelen genomen: alle scholen, cafés, restaurants en theaters zijn zeker tot 6 april gesloten, burgers worden opgeroepen om zoveel als mogelijk thuis te werken en om sociale contacten te vermijden. De gezondheid staat voorop, altijd, maar een en ander heeft ook grote impact op het maatschappelijke leven en onze Limburgse economie. De ene sector valt stil en andere sectoren komen juist mensen tekort. De Limburgse arbeidsmarkt verdient daarom nu een gerichte aanpak onder provinciale regie!

Lees meer

Brabo-boeren niet welkom in Limburg

Als ik het artikel leest krijgt ik het gevoel dat Limburg gaat voor ‘eigen varkens eerst’. Noord-Brabant heeft plannen om haar regels voor de veeteelt aanscherpen. Dit kan betekenen dat Brabantse boeren naar andere locaties in Nederland gaan kijken om zich te vestigen of uit te breiden. Gedeputeerde Staten van Limburg wil voorkomen dat deze boeren zich in Limburg vestigen. Dit omdat men bang is dat ontwikkelingsmogelijkheden van de Limburgse boeren teniet worden gedaan.

Is het niet Gedeputeerde Staten die overal preken dat Limburg een provincie met open grenzen is. Ook het coalitieakkoord staat er vol van. Ik vraag mij oprecht af hoe de provincie dit verbod wil toepassen. Grenzen dicht? Wie gaan die grenzen controleren? De Limburgse Jagers? Zijn ze tenminste weer terug in Limburg. En hoe zit dat dan met het vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal waar we in Europa altijd zo op hameren? Geld er nu echt een ‘inreisverbod’ voor ‘vluchtende’ Brabo-boeren?

Delen van Midden-Limburg en Zuidoost-Brabant vallen onder een regio op het gebied van dierrechten. Als Brabant haar regelgeving doorzet betekent dat dat Midden-Limburg de dupe gaat worden van beleid in een andere provincie. Te gek voor woorden. Gelijk speelveld voor boeren in heel Limburg, Brabo-boer of Limbo-boer.

Herman Nijskens, Melick

Klik hier voor de schriftelijke vragen die Statenlid Herman Nijskens op 9 juni hierover heeft gesteld.

Brussel meet met twee maten

Opinie door VVD-fractievoorzitter Joost van den Akker over de discriminerende koehandel rond het Duitse tolplan. Dagblad De Limburger, 14 december 2016:

Op 9 december vierde Limburg de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht in 1991. Eén hoeksteen van dat verdrag is het verbod op discriminatie van nationaliteit. Bij het vrij verkeer mogen landen geen barrières opwerpen voor andere EU-burgers ten gunste van hun eigen ingezetenen. Als dat toch gebeurt, is de Europese Commissie verplicht om als hoeder van de EU-verdragen in te grijpen. Die hoeder begeeft zich op een hellend vlak, nu Commissievoorzitter Juncker het op een akkoordje heeft gegooid met bondskanselier Merkel over de Duitse tol. Ideeën voor een Europees tolsysteem zijn al helemaal absurd.

De drie bezwaren die de VVD de afgelopen jaren tegen de tol heeft geuit, staan nog altijd overeind. Ten eerste worden nieuwe grenzen opgeworpen om in Duitsland te werken of te recreëren. Jaarlijks gaan ruim twee miljoen Nederlandse toeristen naar Duitsland. Ons handelsvolume met Duitsland bedraagt niet minder dan 160 miljard euro. De duizenden grenswerkers en bestelbussen die dagelijks de grens over gaan, moeten straks óf jaarlijks tientallen tot honderden euro’s neertellen om hun zaken te doen, óf alternatieve routes zoeken waardoor provinciale wegen in de grensstreek dichtslibben. Nieuwe belemmeringen op vrije doorgang kosten beide landen omzet en dus banen.

Ten tweede betaalt de Duitser straks minder tol dan de Nederlander. In principe geldt weliswaar: hoe schoner je auto, hoe minder tol je betaalt. Maar Duitse auto’s krijgen daarbovenop een éxtra milieukorting via de wegenbelasting. Met een elektrische auto ga je er per saldo zelfs op vooruit. Buitenlandse auto’s krijgen deze korting niet. Dat is niet eerlijk en discriminerend. Zo wordt de buitenlandse automobilist een melkkoe om de gaten in de Duitse wegen te dichten. Volkomen terecht dus dat Nederland, Oostenrijk, België en Denemarken alsnog naar het Europese Hof stappen om deze tol te verhinderen. Dat de Duitse verkeersminister Dobrindt dit afdoet als gezeur, geeft aan hoezeer hij wil doordrammen. Eurocommissaris Timmermans zei in mei 2015 nog dat „Duitsland geen onderscheid mag maken in het belasten tussen Duitsers en andere Europeanen. De Europese Commissie zal erop toezien dat dit zo niet gebeurt.” Waarom verzet hij zich nu niet?

Rompslomp

Ten derde maken de administratieve rompslomp bij tolpoortjes, kortingen en boetes deze tol hyperbureaucratisch. De jaarlijks geraamde opbrengst van 500 miljoen euro is bij lange na niet voldoende om de jaarlijkse benodigde 4,5 miljard euro voor urgent onderhoud aan het Duitse wegennet op te hoesten. Zorgwekkender is dat Eurocommissaris Bulc van Verkeer juichend aankondigde dat Duitsland nu achter haar doelstelling staat om ‘één Europees rechtskader te creëren voor een gemeenschappelijk Europees tolsysteem.’ Eén Europees tolsysteem? Is dat nu betere regelgeving waar Timmermans zich voor zegt in te zetten? Laat dat toch aan de lidstaten over. Dat heet subsidiariteit, nog zo’n hoeksteen uit het verdrag. Juncker & co drijven koehandel met Berlijn, laten Italië, Spanje en Portugal onder de Europese begrotingsafspraken uitkomen, maar tikken wel – terecht – Polen en Hongarije op de vingers over hun rechtsstaat.

Slechte hoeder
Het tekent Brussel dat niet alleen met twee maten meet, maar zich ook een slechte hoeder van de EU-verdragen toont. Dat zet de geloofwaardigheid van de fragiele Europese Unie verder op het spel. Niet alleen andere lidstaten, maar ook het Europees Parlement zou dit niet moeten pikken. Nu parlementsvoorzitter Schulz bij de Bondsdagverkiezingen in 2017 naar Berlijn vertrekt, valt te hopen dat zijn
SPD samen met de Duitse oppositie de tol alsnog om zeep helpt voordat deze wordt ingevoerd. Laten Juncker, Schulz en Eurogroepvoorzitter Dijsselbloem elkaar daarom op 9 december in Maastricht de waarheid zeggen. Daar is Europa meer bij gebaat dan een plechtstatig terugblikkend onderonsje in het MECC.

Joost van den Akker is fractievoorzitter van de VVD in Provinciale Staten

Kantorenleegstand vraagt om investeren én leiderschap

Het thema kantorenleegstand  beheerst al een tijd de discussie in de Nederlandse vastgoed sector. Recentelijk kwam het Planbureau (PBL) voor de Leefomgeving met de laatste cijfers.

Gemeten over heel Nederland bedraagt de leegstand zo’n 17%. Dat is al weer een procentpunt meer dan een jaar daar voor, (bron: PBL) terwijl een gezonde kantorenmarkt goed functioneert met ca. 5% leegstand (frictieleegstand) als schuifruimte. Er is dus nog steeds een probleem, en het probleem wordt niet kleiner. Het effectief in gebruik zijnde areaal aan kantoormeters groeit ook nog, maar de voorraad neemt niet af vanwege de voortgaande nieuwbouw. Zou nieuwbouw van kantoren in alle gevalle taboe moeten zijn?

Daar zou je genuanceerd over moeten denken.

Allereerst is het verstandig het gezond-nuchter-verstand te gebruiken. Zet in op hergebruik van bestaand vastgoed. Dat heeft de provincie Limburg als toezichthoudende en sturende overheid, ook tot uitgangspunt gemaakt. Het staat in haar coalitieakkoord 2015-2019.

Maar daar ben je er niet mee. Slimme keuzes zijn gevraagd, op basis van een goede probleemanalyse. Op hoofdlijnen komt die hier op neer:

Niet alleen teveel aanbod maar ook vooral verkeerd aanbod van kantoren; conceptueel verouderd, oncomfortabel, energetisch onaantrekkelijk, op een verkeerde locatie. Conclusie: generiek aanpakken is niet dé oplossing, maatwerk is dus nodig. Daarbij komt dat de verschillen in leegstand en kwaliteitsbestand per regio of centrumstad érg groot zijn.

Hoe gaan vastgoed aanbieders hier mee om? Beleggers proberen prijsverlaging te vermijden en gaan daarmee niet stunten. Kantooraanbieders zoeken het meer in incentives, vrij vertaald: lokkertjes, en proberen potentiële huurders daarmee over de streep te trekken.

Nu pleit ik ook niet voor forse huurverlagingen, als je dat al af zou kunnen dwingen. Nee, geforceerde huurverlagingen ontnemen exploitant of belegger de investeringsruimte. Die is net broodnodig om te investeren in kwaliteitsverbetering. Die kwaliteitsslag naar betere energetische waarden, eigentijdse kantoor concepten, etc geeft het kantoorbestand een nieuw leven in plaats van nieuw bouwen en afdanken.

Een hoe nu verder? Transformatie lijkt het toverwoord. Kantoren verbouwen naar woningen, vooral jongeren – en studentenhuisvesting lijkt favoriet, en soms zelfs herbestemming tot hotelaccommodatie. Dat draagt zeker bij aan een oplossing, maar het kan niet altijd en er is ook niet overal behoefte aan.

Het PBL constateert dat er een “wall of money op de vastgoedmarkt afkomt”. Rente en staatsobligaties brengen geen rendement en het geld moet ergens in belegd worden, is de analyse. Dat wordt dus volop nieuwbouw. Een tegendraadse ontwikkeling. Herbestemming en vernieuwbouw (dé kwaliteitsslag) zou gestimuleerd moeten worden, zodat dit investeringsgeld dáárvoor ingezet gaat worden.

En de rol van de (regionale) overheid?

Partijen bij elkaar brengen en kennis beschikbaar en inzetbaar maken. Beleid van beleggers en ontwikkelaars en openbaar bestuur moeten op één lijn worden gebracht. Dat vraagt om overleg en afstemming.  Niet puur generiek, want dat doet geen recht aan de probleemanalyse, maar per regio. Kijk of bestaande organisaties in de regio’s daarvoor gebruikt kunnen worden. Dan denk ik bijvoorbeeld aan een organisatie als IBA Parkstad. Het beschikbaar maken van kennis om de kwaliteitsslag te maken zou een toegevoegde opgave kunnen zijn voor de Limburgse smart-services-campus.

Als transformatie en kwaliteitsslag zijn werk doen, blijft er een zeker restbestand over van kantoorgebouwen die op de verkeerde plek liggen. Daarvoor ligt sloop dan voor de hand. De provincie Limburg doet er goed aan niet zomaar met een sloopfonds te komen.

Dus niet meteen met de beurs open, klaar gaan staan. Hooguit in relatie tot de nog beperkt benodigde nieuwbouw in een vereveningsformule. Gelukkig heeft een provincie het wapen tegen ongewenste nieuwbouw, de provinciale verordening, als stok achter de deur. Met leiderschap en goed gerichte investeringen, kan dat waarschijnlijk achterwege blijven.

 

 

Anton Kirkels is lid van Provinciale Staten van Limburg, verbonden aan de VVD fractie.

Energie voor Limburg

Opiniestuk door Statenleden Perry van der Steen (VVD) en Hans van Wageningen (D66) in Dagblad De Limburger, 30 september 2014.

Nieuwe, schone en duurzame energie is nodig om Limburg ook in de toekomst te laten werken. Die energie kan uit de eigen regio komen. De beste kansen liggen op terreinen waar Limburg een voorsprong heeft op andere regio’s.

Maar het slechte nieuws is dat Limburg voorlopig achteruit boert. Nuon sloot vorig jaar deWillem-Alexandercentrale, tot dan toe door de bijstook van biomassa de meest duurzame van Nederland. 140 Banen verloren en meer vervuiling door gebruik van oudere kolencentrales. Nieuwe duurzame energieprojecten komen maar niet van de grond. De provincie heeft in 2010 7 miljoen euro subsidie aan Imtech beloofd voor het bouwen van duurzame energiecentrales in Venlo en Maastricht maar er is nog geen schop de grond in gegaan.

Tijd dus om het Limburgse energiebeleid te heroverwegen. De provincie heeft zich tot doel gesteld tot de topregio’s in Europa te horen. Daar hoort ook een duurzame energievoorziening van topklasse bij. Maar waar is Limburg sterk in op het gebied van verduurzaming? Windmolens passen niet in ons landschap, de windkracht is in Limburg minder sterk dan in andere provincies. Waterkrachtcentrales in de Maas kunnen slechts beperkt energie opwekken omdat regelgeving de visstand beschermt.

Wat lukt er dan wél? Om te beginnen is het veel makkelijker en goedkoper om energie te besparen dan om energie duurzaam op te wekken. Als er in Limburg weinig nieuwbouw nodig is, laten we dan uitblinken in het verduurzamen van de bestaande huizen, sportterreinen en kantoren. Dat heeft twee grote voordelen. Het levert direct werkgelegenheid op bij het Limburgse MKB en huishoudens zien direct een besparing op hun energierekening.

Daarnaast heeft Limburg een sterk innovatief bedrijfsleven. DSM, Sabic en andere bedrijven hebben een gemeenschappelijk nutsbedrijf: USG en dat is bereid om de regio van industriële restwarmte te voorzien. Er is nu al een warmtenet in de Sittardse wijk Hoogveld dat wordt gevoed door een biomassacentrale. De gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Stein hebben al besloten om dit net uit te breiden met inzet van de restwarmte van Chemelot. Kortom: nergens zijn de omstandigheden zo gunstig als in deWestelijke Mijnstreek en er is nog maar een klein zetje nodig om er het beste warmtenet van Nederland van te maken. De provincie heeft zijn enorme financiële reserves te danken aan slimme investeringen in energiebedrijf Essent. Dat succes komt in aanmerking voor herhaling. Laten we opnieuw kijken welke kansen binnen onze provincie liggen en dáár ons geld op inzetten. Energiebedrijven als RWE zijn te groot om het mestoverschot in Noord-Limburg in biogas om te zetten en daar de streekbussen op te laten rijden. Dat moet van kleinschaliger initiatieven komen. Dat gaat niet vanzelf. Er is creatief ondernemerschap voor nodig én steun van de overheid, zoals de leningen aan het bedrijfsleven die de provincie ter beschikking stelt.

Energiebesparing en duurzame energieopwekking moeten dagelijkse praktijk worden. Grootschalige projecten moeten we aan Tennet, RWE, Shell en de landelijke en Europese overheden overlaten. Maar op regionale schaal is ook een wereld te winnen. Daar moet de provincie zijn pijlen op richten. Dan dragen we optimaal bij aan een schone en duurzame Limburgse economie.

Hans van Wageningen (D66) en Perry van der Steen (VVD) zitten in het Limburgs Parlement

Bron: Dagblad de Limburger/Limburgs Dagblad 30 september 2014.

 

Opinie – Legale wiet is niet uit te leggen

Het Nederlandse gedoogbeleid is aan buitenlanders nauwelijks uit te leggen. Niks nieuws zou je zeggen. Maar het dubbelhartige systeem van de coffeeshops met quasi-legale verkoop aan de voordeur en illegale teelt en inkoop via de achterdeur, laat van tijd tot tijd zien dat wij in dit land geen duidelijke of principiële keuze hebben gemaakt.

Recente berichten hebben zichtbaar gemaakt dat in de zuidelijke provincies van ons land de drugscriminaliteit hand over hand toeneemt. Het aantal wietplantages in kelders, zolders, maar ook in grote hallen is niet precies te bepalen. Het Platform Energiediefstal berekent de illegaal afgetapte stroom op een hoeveelheid van 1 miljard kilowattuur per jaar. Dat is bijna 1 procent van het nationaal verbruik en zou gelijk staan met 30.000 hennepkwekerijen.

‘Allemaal laten ontruimen’

In NRC Handelsblad (17 juli) laat de korpschef van de nationale politie Gerard Bouman optekenen: “Als ik wist hoeveel kwekerijen er zijn, zou ik ze allemaal laten ontruimen.” Bloemen voor die man! Maar laat hem dan ook zijn werk doen.

Logisch dat burgemeesters hier aandacht voor vragen. Zij zitten mee in de frontlinie van de steeds brutaler optredende drugscrimineel. Uit mijn ervaring als gemeentebestuurder weet ik wat dat betekent.

De burgemeesters zitten met hun verantwoordelijkheid naar hun burgers gevangen, tussen de kop-van-jut van de overlast en onveiligheid en de januskop van het drugsbeleid in dit land.

Ander beleid is illusie

De keuze om een ander, gedogend beleid te voeren ten aanzien van softdrugs dan ten opzichte van harddrugs loopt ook op een fiasco uit. Softdrugs gedogen zou voorkomen dat veel mensen zouden overstappen naar harddrugs. Dus wel hasj en wiet accepteren en heroïne, cocaïne, etc. buiten de deur houden. Het is een illusie gebleken.

En inmiddels zijn de wietplantjes doorgekweekt tot op een hogere THC-waarde, zodat zij een verdovende werking hebben die gelijk staat aan menige harddrug. Als wiet al ooit onschuldig geweest is, (een beetje het beeld het beroemde typetje van Koot & Bie, Koos Koets: ‘jemig-de-pemig’), dan heeft wiet nu definitief zijn onschuld verloren. Die sterke wiet lijdt niet alleen tot een stevig verslavingseffect maar ook tot steeds meer ontwrichte levens. Deze categorie drugs werkt als een sluipmoordenaar.

Gereguleerde wietteelt

Ook in Tilburg en Eindhoven gaan stemmen op voor een gereguleerde wietteelt. De overheid teelt dan de wiet of laat die onder haar toezicht verbouwen. Daarmee zouden beide probleemstellingen worden opgelost.

Een waanidee. Wat we dan krijgen is en-en! De legaal geteelde wiet met een lager, minder schadelijk geacht THC-gehalte is dan legaal verkrijgbaar bij de ‘discount’ wietboer. Maar voor de real stuff ga je natuurlijk naar de ‘speciaalzaak’… illegaal, maar dat neem je dan op de koop toe.

We schieten er niks mee op, we boeren alleen maar achteruit. Nú wiet legaliseren is zoiets als stoppen met de dijken te onderhouden terwijl het waterpeil stijgt.

Betrek het eens op jezelf. Op je gezin, je kinderen of kleinkinderen. Hoe krijgen ouders of opvoeders het nog aan kinderen uitgelegd dat wiet slecht voor ze is als de overheid het zelf gaat telen?

 

Verschenen in het Eindhovens Dagblad op 10 september 2014 en Dagblad De Limburger op 25 september 2014.

N280, er op of er onder…

“Als de spelregels tijdens het spel veranderd worden, moet je opnieuw beginnen” hebben meerdere mensen in Leudal, Baexem en Midden-Limburg overduidelijk gedacht. Aanleiding is het bericht dat de beleidslijn- grondslag voor het ontwerp van een gebiedsontsluitingsweg, de N280, niet goed is meegenomen in een eerdere fase.

De VVD fractie in de Staten van Limburg wil weten wat er echt speelt, de feiten kennen en ook weten hoe betrokkenen van provincie en gemeente hier mee om willen gaan. Reden voor de VVD om het onderwerp op de agenda van de Statencommissie van 29 augustus te laten zetten.

Hoe ontwerp je een nieuwe en veilige weg? Daarvoor hebben we de ontwerp principes ‘Duurzaam veilig’ van de SWOV, de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid. Zij geven dus vijf principes voor een duurzaam ontwerp voor een veilige weg.

Dat deze principes niet meegenomen zijn in het ontwerpproces tot dusverre is een feit. Jammer, vervelend, en het sticht ook de nodige verwarring.

Er is kennelijk geen man over boord; de verantwoordelijke gedeputeerde benoemde het in de laatste Statencommissie als “het is maar een richtlijn”.

Nu gaan de professionals die aan de uitwerking van de eerder gekozen tracévariant werken, aan de slag met de vijf principes van ‘Duurzaam veilig’. Levert dat grote verschillen op? Volgende de gedeputeerde niet; hij wees op veel misverstanden die zouden zijn ontstaan, zoals een weg die vele malen breder zou worden als de gekozen variant: “Ongeveer 3 á 4 meter breder” en dat is inderdaad van geheel andere orde.

De gedeputeerde meldt dat het nadrukkelijk niet gaat om een nieuwe variant maar aanpassingen in de nadere uitwerking van dezelfde variant.

En die loopt nog steeds langs de achtertuinen van het dorp, in plaats van op geruime afstand van Baexem. En dat zijn de feiten, samen met nog andere lokale argumenten en effecten, wat mensen drijft om te vragen om een heroverweging.

Naast de harde, en soms ook zachte feiten, zijn er ook de argumenten die aangevoerd zijn in het debat. Het debat voorafgaand aan het principebesluit van Provinciale Staten van Limburg over het voorkeurstracé. Argumenten als het procesrisico, gemoeid met alle ruimtelijke procedures. Die lijken nu op basis van het gekozen voorkeurstracé toch wel toe te nemen.

Dat zelfde geldt voor het argument: ruimtebeslag. “Graag zo min mogelijk ruimtebeslag aan landbouwgrond of natuurgebied” riepen meerdere partijen in de Limburgse Staten. Nu komt er 1 hectare aan landbouwgrond en bijna ‘n hectare aan natuurgebied aan ruimtebeslag bij. Kennelijk nu niet meer zo belangrijk.

En dan wordt het ook altijd nog politiek. Het besluit voor dit voorkeurstracé werd met een relatief krappe meerderheid genomen. En wat doe je als een deel van de lokale bevolking van Baexem en de politiek van Leudal begint te roepen dat het huiswerk over moet. Terugschreeuwen? Bang dat de zaak gaat schuiven?

De partijen op de linkervleugel eisten zelfs luidkeels excuses van de gemeente Leudal aan de Staten, want “zo ga je als overheden onderling niet met elkaar om”. De VVD fractie vindt dit een overtrokken reactie.

Een eenmaal genomen besluit moet je ook niet lichtvaardig ter discussie stellen. Een goede democratische partij als de VVD legt zich ook zondermeer bij een democratisch genomen besluit neer. Maar mag je op basis van nieuwe inzichten niet onderzoeken of je hier ten halve moet keren in plaats van ten hele te dwalen? In een andere groot infradossier, de Buitenring Parkstad, werd daar wel geregeld toe opgeroepen…

Veel in deze ontwerpfase is nog onzeker. Er kan nog veel veranderen.  Daarin ligt dus nog besloten of er voldoende reden voor heroverweging is. Dat antwoord komt helaas pas later als meer details op tafel komen. En de standpunten in de statencommissie van de woordvoerders van PVV, PvdA, GL, SP, 50+ en D66 waren duidelijk: Heroverwegen, daar is in de Limburgse politieke geen ruimte voor.

Nicht so toll

Limburg is een grensprovincie.

Dagelijks rijden veel Limburgers naar Duitsland en België. Zakelijk of privé.

De vergevorderde Duitse plannen om vanaf 2016 een tolvignet in te voeren, baren de VVD Limburg dan ook zorgen. Een Europa zonder grensbelemmeringen is een groot goed. Deze belastingmaatregel van de Duitse overheid gaat daar lijnrecht tegenin.

De invoering van een tolvignet in Duitsland zal in eerste instantie vooral meer bureaucratie betekenen: het tolbedrag is onder andere afhankelijk van de uitstoot, cilinderinhoud en het jaar van toelating van uw personenauto.

Op jaarbasis zal het vignet gemiddeld zo’n 100 euro kosten. Veel geld, en daarmee een rem op het grote gemak waarmee internationaal handel wordt gedreven en er grensoverschrijdende arbeid plaatsvindt. En eigenlijk schiet Duitsland zichzelf ook in de voet: een tolvignet vormt een barrière en zal daarmee het aantal buitenlandse toeristen doen dalen (een dagje Aken wordt ineens een stuk duurder). Vergeet daarnaast ook de kosten van de controle en handhaving niet.

Het wetsvoorstel is ook juridisch, op Europese schaal, discutabel. Het tolvignet leidt tot rechtsongelijkheid: inwoners van Duitsland worden gecompenseerd via de motorrijtuigenbelasting en buitenlanders niet. De VVD Limburg hecht grote waarde aan het vrije verkeer van goederen en mensen en een gelijk speelveld op de economische markt. Samen met de gelijkgestemde liberale partijen in Duitsland en België blijven we ons dus volop inzetten om de invoering van deze tol tegen te gaan. Een bezoek aan Duitsland met tolvignet? Nicht toll!

Twan Beurskens, gedeputeerde Economische Zaken en lijsttrekker voor de VVD Limburg.

Europa is niet zwart of wit

Het lijkt er op dat deze verkiezingen voor het Europees Parlement meer aandacht krijgen van de media dan alle eerdere edities. Je ziet nu meer dan ooit Nederlandse politici optreden in Europese campagnes.
Lieten zij dit nederige, weinig populaire handwerk over aan collega’s die Europese kieslijsten bevolken, nu zien ze er zelf brood in. D66 en PVV profileren zich als uitgesproken pro of contra Europa. Versterkt door veel media-aandacht lijkt er dus maar één keuze: je bent voor of je bent tegen Europa. Andere opvattingen doen er blijkbaar niet toe.
Van veel burgers hoor je dat het wel erg snel gaat met Europa. ‘Het moet allemaal maar doorgedreven worden, alsof het niet anders kan’, zo is de beleving. Dat levert nog niet veel vertrouwen op in de Europese politiek.We kunnen het straks op 22 mei afmeten aan de opkomst.
Voor mensen die Europa niet willen afwijzen, maar ook niet naar een Verenigde Staten van Europa willen, is er een derde weg: het Europa van de regio’s. Laat de nationale lidstaten samenwerken waar dat echt nodig is en geef volop ruimte aan de Europese regio’s om samen te werken. Dat is nodig. Kijk alleen maar hoe er vanuit Limburg wordt geworsteld met grensoverschrijdend openbaar vervoer.Wat dacht u van de problemen die mensen ondervinden als ze aan de ene kant van de grens wonen en aan de andere kant van de grens werken? Je wordt door verschillen in de regels zwaar benadeeld. Dan is Europa gevraagd. Niet met meer Europese regels, maar met minder belemmerende nationale regels. Dat vraagt samenwerking in een Europa van de regio’s. Europa, daar waar het echt nodig is!
Dit opiniestuk is verschenen in Dagblad de Limburger/Limburgs Dagblad op 16 mei 2014.

Voor Limburg op de bres in Brussel

Joost van den Akker, kandidaat nr. 7 Europees Parlement.

Ik sta voor een Europa dat niet alleen voor Limburg handelt om grenzen te slechten, maar ook een Europa dat handhaaft om grenzen te stellen en financieel de hand op de knip houdt.

Vrijhandel om grenzen te slechten:

  • Eén laag beltarief in heel Europa.
  • Voor behoud van Maastricht-Aachen Airport.
  • Geen discriminerend tolvignet voor Nederlandse auto’s in België of Duitsland.
  • Snelle treinverbindingen naar Aken, Luik, Düsseldorf en Antwerpen.

Handhaven om grenzen te stellen:

  • Halt aan het drugstoerisme: grensoverschrijdende criminaliteit aanpakken.
  • Geen lekkende buitengrenzen of misbruik van illegale arbeidsmigranten.
  • Sancties op fraude: landen die er een potje van maken, krijgen geen geld meer.
  • Stop de Straatsburgse geldverspilling: het Europees Parlement vergadert in Brussel.

Het is toch van de gekke dat we in een grensprovincie als Limburg nog altijd niet één beltarief of één OV-chipkaart hebben voor de hele Euregio omdat de nationale telecom- en vervoersaanbieders nog altijd met de ruggen naar elkaar staan, ten koste van de consument? Zulke zaken motiveren mij om als liberaal voor Limburg op de bres in Brussel te staan en de VVD-campagne te ondersteunen. Ik vind het mooi  daar zo als kandidaat een bijdrage aan te leveren.

De VVD heeft behoefte aan een sterke, eensgezinde en deskundige vertegenwoordiging in het Europees Parlement die overtuigend de liberale visie op vrijhandel, vrijheid en veiligheid uitdraagt en uitvoert. Ik ben in 2002 lid geworden omdat de VVD zoveel mogelijk vrijheid en verantwoordelijkheid voor het individu belichaamt en uitdraagt. Zo sta ik zelf ook in he leven. Niet alleen liberaal handelen door de mensen zelf, maar ook door de manier waarop wij het openbare leven organiseren en de rol die de overheid daarbij speelt. Dat is mijn drijfveer om als liberaal op de bres in Brussel te staan.