Begroting 2022

Begrotingsbehandeling_2022

Voorzitter,

Tot vorige week dacht ik nog dat we corona grotendeels achter ons hadden liggen. Bij de voorbereiding op deze begrotingsbehandeling heb ik daarom teruggekeken naar onze inbreng bij de coronadebatten. Die lijn was: perspectief voor Limburg!

Wat dat perspectief was, dat wisten we niet. We konden niet in de toekomst kijken en soms leek het erop dat we in een soort ‘freeze’ kwamen te staan, waarbij we met de rem erop van persconferentie naar persconferentie hobbelden, in de hoop dat spoedig het verlossende woord kwam.

Tijdens die ‘freeze’ vreesden we het ergste. Werkloosheid, faillissementen, de economie en daarmee vele Nederlanders, zouden hard getroffen worden. En inderdaad zijn een aantal sectoren, zoals de horeca-, cultuur- en evenementensector hard getroffen. Maar in zijn algemeenheid heeft Nederland zich goed door de coronacrisis heen geslagen en komt er economisch zelfs heel sterk uit. Het afgelopen kwartaal is de economie volgens het CBS zelfs met 3,8 procent gegroeid.

Al met al dus geen reden om te somberen, maar, zoals u van de VVD gewend bent, om optimistisch de toekomst te bezien en te kijken wat Limburg voor deze nieuwe toekomst nodig heeft. Want dat er dingen nodig zijn is evident.

De economie nu ‘na Corona’ heeft een aantal fricties blootgelegd die echt anders zijn dan voorheen. Jarenlang spraken we over stimuleren van groei, creëren van banen creëren en het oplossen van de leegstand van onze woningen. Hoe anders is dat nu: zoals gezegd, de economie groeit als een tierelier, vacatures zijn er in overvloed en de huizenmarkt is nog nooit zo overspannen geweest. Maar ook wordt duidelijk dat de energieprijzen de pan uit rijzen, dat onze energiemix daar te weinig op kan inspelen en dat dit ondernemers remt die zo graag weer vol aan de slag willen.

De vraag van vandaag is dan ook: Wat kunnen wij als Provincie Limburg doen om deze economisch groei in zo goede banen te leiden, op een manier dat we daarmee aan de toekomst van Limburg werken?, de centrale vraag die het College zich ook stelt in de inleiding bij de begroting.

In onze inbreng voor vandaag willen we graag hier een aantal zaken voor aanreiken op de thema’s arbeidsmarkt, economie, wonen en energie. Een aantal punten zijn niet nieuw, maar al eerder door ons in debatten aangereikt. Dat betekent echter in onze ogen niet dat ze niet langer actueel zijn.

Ik begin bij de arbeidsmarkt.

Wat de VVD betreft is dit hét vraagstuk van dit moment. Het CBS constateert dat er momenteel meer vacatures zijn dan werklozen. Organisatie bijvoorbeeld in de zorg, de techniek, het onderwijs en de horeca zitten met tientallen, soms honderden vacatures. Aan de andere kant staan er nog steeds te veel mensen aan de kant, die zo hard nodig zijn. Bijvoorbeeld de NEET jongeren (die NEET wirke, NEET nao sjool gaon en auch NEET in ein anger opleiding zeen). Één derde van het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit jongeren van 15 tot 25 jaar[1], een groot deel daarvan zijn deze NEET jongeren. In de voortgangsrapportage sociale agenda hebben wij gezien dat ook in Limburg deze groep groot is. Hoe kunnen wij hen beter activeren? Het is toch zonde als zij op de bank hangen terwijl hun talenten zo hard nodig zijn.

Bij de begrotingsbehandeling in 2019 hebben wij een motie (2518) ingediend over flexibel vakonderwijs. Wat is de stand van zaken willen wij het College vragen? Inmiddels zijn we twee jaar verder. We zien investeringen in digitale loopbaanondersteuning, maar wat kunnen we doen om het meer vanzelfsprekend te maken dat mensen in meerdere sectoren kunnen werken of zich gemakkelijk praktisch kunnen bij- en omscholen?

Investeren in vakscholen zoals de gemeente Heerlen doet zijn belangrijke lokale initiatieven. Mensen hebben dit type ondersteuning nodig. We hebben als VVD in de commissie CS opgeroepen om met de Limburgse MBO instellingen in gesprek te gaan om hun vakmanschapsagenda te bespreken. Op zoek naar concrete oplossingen, voor jongeren, maar ook voor ouderen. Daar gaat het ons om. Graag een reactie.

Recent kreeg ik een artikel toegestuurd dat slechts weinig afgestudeerden van de UM en de Limburgse HBO’s ook daadwerkelijk in Limburg of de Euregio werken. Niet alleen is dit jammer omdat talent daarmee voor Limburg verloren gaat, het impliceert ook dat Limburgse bedrijven hun arbeidsmarktcommunicatie scherper neer moeten zetten, bijvoorbeeld door de banden met het regionale onderwijs meer aan te halen; hoe zichtbaarder je bent (bijvoorbeeld door aanwezigheid op carrièrebeurzen en het verzorgen van gastlessen), hoe beter talentvolle afgestudeerden je weten te vinden[2]. Wat kan de provincie doen om organisaties nog beter bij elkaar te brengen?

Het gebrek aan arbeidskrachten kan betekenen dat innovatie in Limburg onder druk komt te staan. In ons missie gedreven economisch beleid moet het vestigingsklimaat voor startende ondernemers veel meer centraal staan. Volgens de Erasmus universiteit blijft het aantal snelgroeiende (scale-up) bedrijven Limburg achter, terwijl de starters van nu, mogelijk de economische pijlers van de toekomst zijn. Uit de recente voortgangsrapportage van de Brightlands campussen blijkt daarnaast ook nog dat iedere campus op zijn eigen wijze vorm en inhoud geeft aan het begeleiden van start-ups. Het lerend vermogen tussen de campussen mag wat ons betreft worden gestimuleerd. We zullen hier in het aankomende debat over de Brightlands-campussen op terug komen.

Het tweede punt dat ik vandaag wil aanhalen is energie. Als momenteel ergens frictie zichtbaar is, dan is het wel op het gebied van energie.

De VVD blijft van mening dat het met zon en wind alleen niet gaat lukken om fossiel volledig uit te bannen. Opslag van energie of andere energiebronnen voor windstille en donkere momenten zijn van groot belang. Bovendien zien we nu al hoe afhankelijk we zijn van ver-weg landen voor gas. De energieprijzen rijzen de pan uit. Burgers kiezen er zelfs voor om dan maar hout te gaan stoken, hoe milieuvriendelijk is dat?

Kernenergie toevoegen aan de energiemix, is volgens de VVD onafwendbaar en we zijn blij om te zien dat steeds meer mensen, ook jongeren, het er mee eens zijn dat er geen taboe meer op kernenergie moet rusten. Nieuwe kernenergie-technieken lijken veelbelovend en zijn wat ons betreft dus de moeite waard om in deze discussie als serieuze optie mee te nemen. Als VVD zijn we blij dat er nu eindelijk werk wordt gemaakt van onze breed gedragen motie 2625 “onderzoek naar kernenergie in Limburg”. Hoewel deze motie oproept uiterlijk december 2021 te komen met de onderzoeksconclusies, begrijpen wij dat dit voor het nieuwe college niet haalbaar is. Wij vragen een toezegging dat het college ons regelmatig op de hoogte houdt en de onderzoeksresultaten uiterlijk juni 2022 aan ons mededeelt.

Ook in Limburg buitelen de ruimteclaims over elkaar heen. Natuur en bedrijvigheid eisen hun plek, maar vooral ook de energietransitie en woningbouw (daar kom is straks nog op) spelen hier een grote rol.

Vaak lijkt het dat de landbouw de enige sector is die aan die ruimteclaims kan voldoen. Toch moeten we oppassen dat we daarmee onszelf in de vingers snijden. De Nederlandse landbouw is qua innovatie toonaangevend in de wereld. Juist deze kennis is een belangrijk exportproduct van Nederland, ook binnen beleidsprogramma’s van ontwikkelingssamenwerking bijvoorbeeld. Om deze kennis op peil te houden is een bepaalde landbouwschaal noodzakelijk voor het testen en uitproberen van tal van innovaties die ook in Limburg hun start kennen. Dit punt lijkt wel eens vergeten te worden in de discussies over landbouw op dit moment.

Als laatste punt wil ik stilstaan bij wonen.

Vorig jaar heb ik u meegenomen in de kansen die het buiten de Randstad wonen biedt nu het veel gebruikelijker is geworden om (deels) thuis te werken. Onder de noemer: “de regio is zo gek nog niet!”, zag de VVD hierin duidelijk perspectief voor Limburg. Perspectief dat bewaarheid is geworden: uit de meest recente NVM-cijfers blijkt dat de gemiddelde transactieprijs van woningen in alle Limburgse regio’s is gestegen. Eind goed, al goed. Zou u wellicht denken. Maar helaas….

De komende 10 jaar wordt een extra woningbehoefte van bijna 9.000 tot 11.000 extra woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens verwacht.  En let op: daarna wordt er een daling van de woningbehoefte verwacht. Aanvullend zijn er ook nog 3.000 extra woningen nodig voor de (long-stay) internationale werknemers. Uit de Woonmonitor volgt verder dat er tot 2030 ruim 40.000 woningen nodig zijn voor doelgroepen: eenpersoonshuishoudens, starters, zorgbehoevenden en senioren, woonurgenten en arbeidsmigranten en in de sociale en middeldure huur.

Ook hier wederom een stevige ruimteclaim, vandaar een aantal vragen: 

  • Ten aanzien van doelgroepen: voor de proeftuinen huisvesting Senioren (Sociale Agenda) loopt er nog steeds een verkenning van locaties en geïnteresseerde partijen. Wanneer verwacht u op dit punt resultaat? 
  • Ten aanzien van transformatie van bestaand vastgoed: op welke wijze stuurt uw college op de transformatie van kantoor- en winkelruimte naar woonruimte of de transformatie van woningen voor meerpersoonshuishoudens naar woningen voor 1-of 2-persoonshuishoudens?
  • Ten aanzien van de verwachte daling van de woningbehoefte op lange termijn: het is gegeven de huidige situatie nauwelijks voor te stellen, maar op welke wijze anticipeert uw college op een eventuele daling van de woningbehoefte? 
  • Op welke wijze heeft flexibel wonen – al of niet kortdurend, in gebouwen op op plekken met een tijdelijke woonbestemming, flexibele indelingen of tijdelijke contracten – een plaats in het provinciale woonbeleid? 

Belangrijke oplossing voor het woningtekort is het inmiddels alom bekende VVD-mantra ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Maar dan ook: ‘vergunnen, vergunnen, vergunnen’. Uit de Woonmonitor blijkt dat er momenteel een planoverschot is. Als er voldoende plannen zijn: waarom hebben we dan te maken met een woningtekort? Wat is er nodig om plannen ook daadwerkelijk én versneld te realiseren? Vorig jaar hebben we dit ook gevraagd, maar er lijkt niets veranderd. Per Q2 2021 bleek dat er pas 23 procent van het budget voor de provinciale subsidieregeling ‘Flexibele inzet ondersteuning woningbouw’ verbruikt is. Kan de gedeputeerde aangeven wat dit nu is? Weten inmiddels meer gemeenten de weg naar deze regeling te vinden? En zo nee, kunt u uitleggen waarom niet meer gemeenten gebruik maken van deze financiële stimulans om externe capaciteit of expertise in te huren voor de voorfase van woningbouwprojecten? Hoe bent u voornemens de vaart erin te houden als het gaat om de Limburgse woningbouwopgave? 

De Limburgse VVD realiseert zich dat woningnood een weerbarstig thema is, maar tegen de achtergrond van mijn betoog heb ik een motie voorbereid met als strekking een aanvalsplan ter bestrijding van het woningtekort voor doelgroepen, een extra prioriteitsinspanning vanuit de sociale agenda en het stimuleren van flexibele woonvormen.

Voorzitter, ik ga afronden.

Onlangs was ik bij een bijeenkomst met allemaal Limburgers die zich via hun onderneming of functie willen inzetten voor de toekomst van onze provincie. Die zich willen ontworstelen aan het Calimero denken dat wel eens als frame op ons wordt geplakt en die binnen hun eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden de schouders onder Limburg willen zetten. In de discussie over wat er dan nodig was, was men het snel eens. Het ontbrak aan regie door een organisatie die het belang van de hele provincie voor ogen had en het grotere geheel kon overzien. Voorzitter, en toen keek men naar mij…..

Onze oproep is dan ook: Provincie: pak de regie en breng de mensen die willen bij elkaar om zo een versnelling aan te brengen in het denken over morgen! Om met elkaar de schouders te zetten onder een, na Corona, nieuwe toekomst van Limburg. 

Scroll naar top