VVD-standpunt over de motie van de voorlopige bouwstop en uitbreiding van geitenhouderijen

Doorslaggevend bij onze afweging zijn de mogelijke gezondheidsrisico’s voor mensen die in de buurt van geitenhouderijen wonen.

De gisteren genomen beslissing is in zo verre anders dat er nu sprake lijkt te zijn van een mogelijk causaal verband tussen het optreden van longontstekingen en de afstand van woningen ten opzichte van een geitenhouderij.

Juist omdat voorheen onderzoeken hier geen uitsluitsel over gaven heeft het ministerie van LNV onderzoeken opgestart die hier duidelijkheid over moeten verschaffen. Wij hebben vervolgens overwogen of het verstandig is om in de tussentijd uitbreidingen en/of nieuwvestigingen te blijven toestaan of dat je zegt we voeren een voorlopige bouwstop in. Onze discussie is uitgekomen op het tweede. Wij hebben daarbij zelf meegeschreven aan het afgezwakte dictum van de motie dat eerst van een keiharde bouwstop sprak. In de berichtgeving komt deze nuancering natuurlijk niet meer voor. Als er geen causaal verband gevonden wordt dan kan de bouwstop en verbod op uitbreiding opgeheven worden. Ik roep geitenhouders met plannen dan ook op om vooral te blijven werken aan plannen die hen als ondernemer vooruit helpen.

Brabo-boeren niet welkom in Limburg

Als ik het artikel leest krijgt ik het gevoel dat Limburg gaat voor ‘eigen varkens eerst’. Noord-Brabant heeft plannen om haar regels voor de veeteelt aanscherpen. Dit kan betekenen dat Brabantse boeren naar andere locaties in Nederland gaan kijken om zich te vestigen of uit te breiden. Gedeputeerde Staten van Limburg wil voorkomen dat deze boeren zich in Limburg vestigen. Dit omdat men bang is dat ontwikkelingsmogelijkheden van de Limburgse boeren teniet worden gedaan.

Is het niet Gedeputeerde Staten die overal preken dat Limburg een provincie met open grenzen is. Ook het coalitieakkoord staat er vol van. Ik vraag mij oprecht af hoe de provincie dit verbod wil toepassen. Grenzen dicht? Wie gaan die grenzen controleren? De Limburgse Jagers? Zijn ze tenminste weer terug in Limburg. En hoe zit dat dan met het vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal waar we in Europa altijd zo op hameren? Geld er nu echt een ‘inreisverbod’ voor ‘vluchtende’ Brabo-boeren?

Delen van Midden-Limburg en Zuidoost-Brabant vallen onder een regio op het gebied van dierrechten. Als Brabant haar regelgeving doorzet betekent dat dat Midden-Limburg de dupe gaat worden van beleid in een andere provincie. Te gek voor woorden. Gelijk speelveld voor boeren in heel Limburg, Brabo-boer of Limbo-boer.

Herman Nijskens, Melick

Klik hier voor de schriftelijke vragen die Statenlid Herman Nijskens op 9 juni hierover heeft gesteld.

De otter is niet welkom in Limburg

De statenleden van Limburg Rudy Tegels (CDA)  en Herman Nijskens (VVD) willen niet dat er otters worden bijgeplaatst in hun provincie. De politici zijn principieel tegen het plaatsen van dieren die er natuurlijk niet meer voorkomen.

De otter is een echt Nederlands dier. Hij gedijt in een natte omgeving op de oevers. We hebben er 150 tot 200 van in Nederland. Otters kunnen ‘s nachts uren sluipen langs de oevers en kunnen tientallen kilometers afleggen op zoek naar een partner. Je kunt ze onder andere vinden in Overijssel, Friesland, Groningen, Drenthe en Gelderland.

Otters houden van vis , kleine waterdieren en zijn erg op hun privacy, en ze komen dus ook naar Limburg. Ze komen ook wel zelf in de loop der jaren maar natuurbeschermers zijn van plan otters ‘uit te zetten’ in Limburg.

Overlast

En daar hebben statenleden Rudy Tegels en Herman Nijskens geen zin in. Limburg heeft al jaren volop last van een ander dier: de bever. Zij zorgen al jaren voor veel schade voor de waterschappen. Want bevers bouwen graag dammen. En ze knagen graag aan landbouwgewassen, wat veel kosten geeft. In 2001 liet Limburg 33 bevers uitzetten. Het zijn er inmiddels al meer dan 600. En nu krijgen ze er dus weer otters bij.

Geen goed idee vinden de statenleden. Niet nog meer kosten en gedoe erbij. Ze zijn klaar met het invoeren van nieuwe dieren in Limburg. Want wat als de overlast van otters ook weer voor problemen en extra kosten gaat zorgen? In de provinciale natuurplannen zitten volgens hen geen antwoord op die vragen.

EenVandaag zoekt de statenleden Tegels en Nijskens op in Limburg en gaat op pad met boswachter Egbert Beens. Hij zette 15 jaar geleden de otter uit in Overijssel. Beens is bezeten van de otter. Volgens hem kleven er geen gevaren aan dit waterdier.

Klik hier voor het originele bericht op 1 vandaag

Klik hier voor het eerdere artikel over de schriftelijke vragen

Otters in Limburg

‘In Gelderland en Limburg wordt hard gewerkt aan de terugkeer van de otter’, staat te lezen op de website van Stichting Ark. Op diezelfde site wordt gesproken over het uitzetten van otters. Deze signalen over herintroductie staan haaks op de door ons gewenste situatie dat dieren zichzelf vestigen. Wij zijn principieel tegen het uitzetten van (nieuwe) diersoorten, gezien de problemen uit het verleden met het herintroduceren van dieren op een niet natuurlijke wijze.

Op woensdag 10 mei heeft VVD Statenlid Herman Nijskens hier samen met Rudy Tegels van het CDA vragen over gesteld.

Voor de volledige schriftelijke vragen kunt u hier klikken.

Actieplan Bos en Hout

Op 26 oktober heeft statenlid Herman Nijskens vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde staten van Limburg omtrent het actieplan Bos en Hout.

Op woensdag 23 november hebben wij hier antwoord op ontvangen. Hieronder de vragen met antwoorden.

Vraag 1. Bent u op de hoogte van het actieplan Bos en Hout dat woensdag 26 oktober gepresenteerd is aan staatsecretaris Dijksma?

Antwoord.  Ja. Het Actieplan1 is een initiatief van 18 organisaties uit de bos- en houtsector om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelstellingen in 2050. Het bevat naast de genoemde bosuitbreiding nog een elftal andere acties. Die zien toe op zaken als het vergroten van de oogst uit bestaande bossen, het stimuleren van verschillende vormen van houtgebruik, de verbetering van de samenwerking in de houtketen en de acties op het gebied van financiering.

Vraag 2.  Hoe realistisch acht u dit plan?

Antwoord. Het Actieplan kan deel gaan uitmaken van een breed spectrum aan plannen die Nederland meer biobased en klimaatbestendiger kunnen maken. De meeste maatregelen in dit plan achten we, zeker gezien de lange looptijd van dit Actieplan, realistisch en uitvoerbaar. Specifiek kijkende naar de bosuitbreidingsdoelen het volgende. Het Actieplan verdeelt de uitbreidingsopgave in een aantal deelcategorieën; 1. Nieuw bos in bestaande natuur- en recreatieterreinen (bv op minder waardevolle graslanden), 2. Energiebossen, 3. Agroforestry, 4. Tijdelijke bossen op landbouwgronden, industrieterreinen en bouwgrond en tenslotte 5. Nieuwe natuur- en recreatieterreinen. Dit zijn zeker categorieën waar ook in Limburg op kleinere of grotere schaal bossen gerealiseerd zouden kunnen worden.  Er zijn ook realisatiekansen om de aanpak te integreren met het Deltaplan Hoge Zandgronden, door bijvoorbeeld bosontwikkeling te combineren met het bufferen van water in beekdalen om overlast tegen te gaan maar ook om de waterbeschikbaarheid bij droogte te verbeteren. Tenslotte zijn er in het kader van Platteland in Ontwikkeling mogelijkheden, bij integrale gebiedsontwikkeling, het actieplan bos en hout als input te benutten en zo met maatwerk tot bosontwikkeling te komen.
Het Actieplan geeft overigens aan dat er nog nadere onderzoeken lopen, zoals een impactstudie in opdracht van het ministerie van EZ en Natuur & Milieu. Daaruit zal de realiteit en het mee koppelen met andere doelen in het landelijk gebied  en de stedelijke omgeving van dit plan mede blijken.

Vraag 3. Hoeveel hectares nieuw bos denkt u dat in Limburg zou moeten worden aangelegd?

Antwoord. Hoeveel hectares bos er in Limburg te realiseren zijn tot 2050 is vooralsnog alleen globaal te voorspellen. Dat hangt mede af van ontwikkelingen in andere grondgebruikende sectoren, de vraag naar en de prijsontwikkeling van hout en biomassa. Het Actieplan Bos en Hout biedt kansen voor stakeholders in het landelijk gebied, maar ook in de stedelijke zones. Stakeholders die hier op inspelen beïnvloeden uiteindelijk het aantal te realiseren hectares bos. Als indicatie van de omvang van de bosrealisatie zou gekeken kunnen worden naar de Bosnota Limburg (1997 – 2007) waarin 4.000 ha als haalbaar doel werd gesteld voor een periode van 25 jaar (in geval van de Bosnota Limburg was dat dus tot ca. 2022).

Vraag 4. Hoe vertaalt zich dat naar de binnenkort vast te stellen natuurvisie?

Antwoord. Bij het opstellen van de Natuurvisie Limburg 2016 was dit actieplan nog niet beschikbaar. De functie van bossen in het klimaatdossier is wel aangestipt in paragraaf 6.5, evenals de productiefunctie van bossen. Er is echter geen programmalijn opgenomen in hoofdstuk 9 van de Ontwerp-Natuurvisie, waarin de uitvoeringsacties met betrekking tot bossen expliciet aan de orde komen. De aanleg van de verschillende categorieën nieuwe bossen kan overigens wel ingepast worden in de Uitvoeringstrategieën die in hoofdstuk 5 van de Ontwerp-visie worden genoemd: Onder “Natuurinclusieve Landbouw, kan “agroforestry” en “energiebos” vallen. Onder “Natuur en economie” past het thema rond het vergroten van de oogst uit bestaande bossen. “Groen in en om de Stad” en “Natuur op uitnodiging” kan de aanleg van nieuwe bossen behelzen, bijvoorbeeld in Zilvergroen of als onderdelen van bijvoorbeeld nieuwe landgoederen in combinatie met de fiscale faciliteiten van de Natuurschoonwet (zie hoofdstuk 6 van de Natuurvisie). De categorie “Tijdelijke Natuur” valt samen met tijdelijke bossen uit het Actieplan. Daarnaast is er een koppeling met het Provinciaal Waterplan Limburg 2016 – 2021 en het Deltaplan Hoge Zandgronden, die tot doel hebben het bereiken van een klimaatbestendig regionaal watersysteem, door onder meer water vast te houden in natuur- en bosgebieden.

Vraag 5. Is het denkbaar om met name natuurlijk grasland in te zetten waardoor de druk op landbouwgrond minimaal is?

Antwoord. Ja, het omzetten in bos van natuurterreinen met korte vegetaties met beperkte natuurwaarden is een mogelijkheid. Daarnaast zijn er kansen om in beekdalen combinaties te maken met het bufferen van water,  bosontwikkeling op gronden die minder geschikt zijn voor landbouw en het verbeteren van de landbouwstructuur met een gestuurd peilbeheer.

Klik hier voor de pdf versie

Gezondheidsrisico’s kunstgrasvelden?

In de media wordt gemeld dat er mogelijk gezondheidsrisico’s verbonden zijn aan kunstgras(voetbal)velden. Na aanleiding van dit bericht heeft Statenlid Herman Nijskens de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten van Limburg gesteld.

1. Bent u bekend met deze berichtgeving?

Antwoord vraag 1

Ja, het college heeft kennis genomen van deze berichtgeving.

2. Is er een rol voor de provincie om onderzoek naar de veronderstelde risico’s op te starten dan wel tot een dergelijk onderzoek op te roepen?

3. Zo ja, hoe gaat u dat aanpakken?

4. Zo nee, waarom niet?

Antwoord op de vragen 2, 3 en 4

Ons college heeft begrip voor de maatschappelijk onrust die is ontstaan naar aanleiding van het toepassen van rubbergranulaatkorrels op kunstgrasvelden. Door diverse organisaties worden momenteel onderzoeken uitgevoerd: de resultaten van de diverse onderzoeken  worden met belangstelling afgewacht.

Voor algemene vragen en antwoorden inzake deze problematiek wordt  nog verwezen naar de volgende link: http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Veelgestelde_vragen/Milieu_Leefomg eving/Antwoorden_nav_van_vragen_na_uitzending_Zembla

De Provincie zal zelf geen onderzoeken doen.  De Provincie is als bevoegd gezag voor het verlenen en handhaven van omgevingsvergunningen alleen verantwoordelijk voor het voorkomen dan wel beperken van eventuele milieugevolgen die kunnen ontstaan in de omgeving van een bedrijf. Als relevant bedrijf kan in dit verband genoemd worden Rumal Maalindustrie Limburg BV (Rumal) gevestigd in Nederweert. Dit bedrijf valt onder het bevoegde gezag van de Provincie. Rumal is gespecialiseerd in de verwerking van vrachtwagenbanden tot hoogwaardige rubbergranulaten- en poeders welke als grondstof dienen voor tal van industriële toepassingen. Daarbij kunnen worden genoemd de productie van frictiematerialen, automatten, banden, schoenzolen, asfalt, sportvloeren en als infill in kunstgras. Daarnaast is recent een nieuwe uitbreiding gerealiseerd, waarbij het (nagenoeg) staalvrije rubbergranulaat en/of rubberchips worden gecarboniseerd in een tweetal draaitrommelovens tot hoogwaardige carbon black, carboniseerolie en gas. Het gas wordt vervolgens in een warmtekrachtkoppeling installatie (WKK-installatie) omgezet in elektriciteit en warmte. In het kader van laatst genoemde uitbreiding  zijn onder andere door de provinciale meetdienst een groot aan onderzoeken uitgevoerd. (In de bijlage worden alle uitgevoerde onderzoeken vermeld).  Onder andere zijn onderzoeken uitgevoerd naar het voorkomen van dioxines in het vermalen rubberafval en het afgevangen rubberstof van het doekenfilter en de natwassers. Verder is er ook een emissieonderzoek uitgevoerd aan de schoorstenen van de natwassers naar stof en PAK’s. De in de bijlage genoemde onderzoeken zijn digitaal beschikbaar.

Klik hier voor de originele vragen.

Klik hier voor de originele antwoorden.

Wateroverlast en watertekort in de landbouw

De VVD –fractie in het Limburgs Parlement maakt zich zorgen over de wateroverlast en het watertekort die de Limburgse land- en tuinbouwsector. De VVD stelt daarom vragen aan het College van gedeputeerde staten van Limburg om samen met de Waterschappen met een goede oplossing te komen.Uitgedroogde of juist onderwater staande velden en bossen hebben de afgelopen dagen en maanden laten zien hoe belangrijk het is om met een goede oplossing te komen voor de land – en tuinbouwsector. “Er moet een oplossing komen om, aan de ene kant, te zorgen voor een snelle afvoer van regenwater en, aan de andere kant, genoeg water vast te houden om verdroging tegen te gaan”, zegt Statenlid Herman Nijskens.

Een oplossing om verdroging tegen te gaan komt vanuit het Waterschap Peel en Maasvallei en  is het inrichten van brede stroken langs Limburgse beken om genoeg water vast te houden. Om deze stroken aan te leggen zullen Limburgse landbouwgronden verloren gaan. De VVD wil daarom ook van gedeputeerde staten weten of deze gronden worden afgetrokken van de opgave aan te ontwikkelen hectares ‘Goud-Groene-Natuur’, welke vermeld zijn in het provinciale natuurbeleid. Het beleid dat er op gericht is aaneengesloten natuurgebieden in Limburg te realiseren.

Op dinsdag 19 juli Statenlid Herman Nijskens vragen aan GS gesteld betreffende wateroverlast en watertekort in de landbouw.

U kunt de vragen hier vinden.

VVD wil duidelijkheid overlast wilde zwijnen

De VVD fractie in het Limburgs Parlement wil van Gedeputeerde Staten duidelijkheid betreffende de overlast van wilde zwijnen in het zuiden van de provincie. Statenlid Herman Nijskens stelt naar aanleiding van de berichtgeving op 1Limburg betreffende de opmars van wilde zwijnen in Zuid-Limburg vragen over de populatie en de overlast in dit gebied.

Nijskens wil van GS weten om hoeveel wilde zwijnen het precies gaat en bij hoeveel verkeersongevallen de dieren betrokken zijn. ”De VVD wijst er op dat wilde zwijnen in Limburg maar één leefgebied hebben, het  nationaalpark de Meinweg”, zegt Herman Nijskens, “Het kan dus niet zo zijn dat de veiligheid van onze inwoners in het geding is en ondernemers overmatig schade lijden”. De VVD wil graag helder in kaart gebracht hebben wat de schade is die de wilde zwijnen  veroorzaken en, indien nodig, extra jagers inzetten om de populatie terug te dringen.

Voor de ingediende vragen klik hier.

Voor het bericht op L1 klik hier.